Verhaal

De Gouden Eeuw van Gesina ter Borch

Auteur: 
Marjan Brouwer

Aan de Sassenstraat in Zwolle, op het huidige nummer 21, woonde van 1631 tot 1690 een echte kunstenares. Gesina ter Borch, een halfzus van de beroemde schilder Gerard ter Borch, maakte enkele van de leukste tekeningen uit de zeventiende eeuw. Haar oeuvre wordt bewaard in het Rijksmuseum.


Gesina werd op 15 november 1631 geboren en op 13 december gedoopt als ‘Geesien’. Ze was de zesde van dertien kinderen van Gerard ter Borch de Oude (1583-1662). Haar moeder was Wiesken Matthys (1607-1683), Gerards derde vrouw. Gesina bleef ongetrouwd en woonde haar hele leven in het huis aan de Sassenstraat. Haar vader Gerard was in zijn jonge jaren kunstschilder. In 1618 koos hij echter voor een carrière als ambtenaar in Zwolle: hij volgde zijn vader op als convooi- en licentmeester en was daarmee verantwoordelijk voor de in- en uitvoerrechten in de regio. Het was een goedbetaalde baan en de familie behoorde tot de welgestelde burgers van de stad. Zijn oudste zoon Gerard (1617-1681) had veel tekentalent en Gerard senior moedigde hem aan flink te oefenen.


Gerard junior kreeg een degelijke opleiding als schilder. Gesina heeft regelmatig model gezeten voor zijn schilderijen. De andere kinderen gaf senior zelf tekenles. Daarbij kregen de jongens voorrang. De meisjes hebben waarschijnlijk geen echte lessen van hem gekregen. Gesina’s broertje Mozes bleek ook een groot talent, maar hij sneuvelde op 23-jarige leeftijd in Engeland tijdens de Tweede Engelse Zeeoorlog.

Mensen in beweging

Hoewel Gesina als meisje minder gestimuleerd werd te tekenen, had zij grote belangstelling voor de kunsten. Als tiener maakte ze al prachtige kalligrafieën in een boekje, waarin ze later ook tekeningen in waterverf maakte. Ze noemde dit haar Materi-Boeck. De oudst gedateerde tekeningen stammen uit 1648, toen Gesina zeventien jaar was. Ze laten mensen zien die allerlei bezigheden hebben: praten, een stoof aansteken, een kruiwagen rijden en veters strikken.

De figuren zijn nog wat onzeker en houterig, het verschil met de tekeningen in haar tweede album, het Poëziealbum, is groot. Hier zien we zelfverzekerde mannen en vrouwen vol beweging, die het druk hebben met elkaar. De relatie tussen mannen en vrouwen was vaak onderwerp van Gesina’s werk, zoals de tekening met de ruziemakende man en vrouw, die elkaar te lijf gaan met pantoffel en haardtang! Deze tekeningen zijn illustraties bij gedichten en liedjes die ze in haar mooie handschrift in het Poëzie-album schreef.

In 1660 begon Gesina weer aan een nieuw album. Deze keer was het geen boekje vol gekalligrafeerde liedjes en tekeningen, maar een plakboek vol tekeningen van zichzelf en familieleden en mensen uit haar omgeving, evenals gedichten, prenten en krantenknipsels.

Dit familieplakboek toont enkele van haar mooiste tekeningen, kleine schilderijtjes bijna, zoals het hanengevecht in de Sassenstraat of het interieur van het huis van haar zusje Jenneken en haar man.

Roem binnenshuis

De tekeningen van Gesina zijn bijzonder, omdat het in haar tijd niet zo gebruikelijk was dat vrouwen zich serieus met kunst bezighielden. Er waren wel vrouwen die geld verdienden met het maken van kunst, zoals de beroemde Judith Leyster, maar zij was een uitzondering. Sommige vrouwen werkten mee in de ateliers van hun man of vader en natuurlijk waren er vrouwen die tekenden of schilderden als hobby. Die kunstuitingen zijn vaak verloren gegaan. Van Gesina is veel bewaard gebleven en de verzameling geeft ons inzicht in bijvoorbeeld haar ontwikkeling als kunstenaar en haar bekendheid. Die bekendheid was overigens gering. Gesina oogstte vooral lof binnen een kring van familie en vrienden. Haar goede vriend (en verloofde?) Henrik Jordis schreef lofdichten op haar werk, evenals de Zwolse schoolmeester Roldanus. Maar hij dichtte ook:

‘Wie const en wetenschap bemint;

Men meest in haere camers vint;

De dochters van fatsoen en staet,

Die gaen seer weijnigh op de straet’

Kortom, nette en deugdzame meisjes beoefenden kunst en wetenschap in de rust van hun kamer en lieten zich niet verleiden tot het vuige leven buiten de deur. Zo hoorde het ook in de zeventiende eeuw: het was prima dat vrouwen hun talenten benutten, maar het mocht niet ten koste gaan van hun zedelijk leven.

Testament

Gesina maakte op 16 april 1690 haar testament op ‘wel ziek te bedde liggende, dogh bij vol verstand zijnde’. Daarin bepaalde ze dat haar verzameling moest worden bewaard. Haar zus Catharina erfde haar tekeningen. Gesina overleed enkele dagen nadat ze haar testament had opgemaakt en werd begraven in de Grote of Sint Michaëlskerk in Zwolle.

Dit verhaal is eerder verschenen in MijnStadMijnDorp Historisch Tijdschrift Overijssel, nr. 5 november/december 2010.

Reacties