Verhaal

De levenswil van Selma Wijnberg

Auteur: 
Ad van Liempt

Selma Wijnberg overleefde, als één van de zeer weinigen, vernietigingskamp Sobibor. In april 2010 verschijnt in de Holocaust Bibliotheek van Uitgeverij Verbum in Laren haar levensverhaal, geschreven door programmamaker/auteur Ad van Liempt. Hier een impressie van zijn onderzoek en van zijn verhaal.

Tachtig jaar geleden kwam ze als klein meisje van zeven jaar met haar ouders vanuit Groningen in Zwolle wonen. Haar vader en moeder begonnen er een hotel, eerst aan de tegenwoordige Harm Smeengekade, twee jaar later aan de Veemarkt. Het hotel was koosjer, gericht op joodse veehandelaren. De familie Wijnberg was zelf joods. En dat heeft het leven van de kleine Selma (die toen nog Saartje werd genoemd) volledig bepaald. Nu woont ze al sinds de jaren vijftig in de Verenigde Staten: Selma Wijnberg, de enige Nederlandse vrouw die een half jaar in het vernietigingskamp Sobibor heeft doorgebracht en er levend uitgekomen is.

Ze is niet erg bekend in Nederland. Ze heeft Zwolle - en dus Nederland - in het begin van de jaren vijftig verlaten met gevoelens van bitterheid over de manier waarop ze hier na de oorlog was behandeld. Ze wilde niets meer met haar vaderland te maken hebben. Dat is eigenlijk nog steeds zo, maar op het eind van haar leven wil ze toch nog een keer haar levensverhaal vertellen. En zo zit ik in september 2009 tegenover haar, in haar favoriete kamer in het elegante houten huis in het stadje Branford, twee uur rijden van New York City. Ze vertelt in een vermakelijk mengsel van Engels en Nederlands, ze klaagt over haar beperkte geheugen, en merkt tegelijkertijd dat haar steeds meer flarden te binnen schieten. Herinneringen aan haar jeugd in Zwolle, waar ze na school vier keer in de week naar een joodse bijbelschool moest. En aan het hotel, waar ze haar broer Bram moest assisteren bij de danslessen die hij aan de Zwolse jeugd gaf.

Op transport na verraad

Zwolle had een levendige joodse gemeenschap waarvan hotel Wijnberg in veel opzichten het middelpunt was. Daar was dan ook duidelijk de dreiging te voelen toen de Duitsers binnengevallen waren en, vanaf begin 1941, de anti-joodse maatregelen het leven steeds beklemmender maakten. Selma werkte nog enige tijd in de huishouding bij een echtpaar in Apeldoorn en besloot in september 1942 onder te duiken. Ze kwam in De Bilt terecht, en bleef maar een paar maanden uit handen van de nazi’s. Ze werd het slachtoffer van verraad. Hoe precies is niet meer te achterhalen, maar het is wel zeker dat ze werd opgepakt door de uiterst actieve jodenjagers van de Utrechtse politie, die onder leiding van hoofdrechercheur Jan Smorenburg stad en omgeving afstroopten op zoek naar onderduikers. Selma belandde via het politiebureau van Utrecht in de gevangenis van Amsterdam en van daaruit in concentratiekamp Vught, waar ze ruim een maand lang in de wasserij werkte. Eind maart 1943 ging ze op transport naar Westerbork. Ze kwam er terecht in barak 57, de strafbarak. Een week later ging ze op transport, met 2019 anderen, naar Sobibor, in Oost-Polen, dichtbij de grens met de Sovjet-Unie.

Met Chaim in Sobibor

Sobibor is een synoniem voor de dood. Vrijwel alle joden werden vanuit de treinwagons direct in de gaskamer van het kamp gedreven en vermoord. Bij sommige transporten werden enkele tientallen gevangenen uit de rijen geplukt en geselecteerd voor werk. Dat waren de klussen die de SS’ers van Sobibor zelf niet wilden doen: de lijken uit de gaskamers halen en naar het verbrandingsrooster brengen, of, zoals in het geval van Selma, de kleding van de vermoorde joden selecteren.

Dat werk heeft Selma ruim een half jaar moeten doen. Ze ontmoette er de Pool Chaim Engel, met wie ze bevriend raakte. ‘Chaim heeft mijn leven gered, hij heeft me er doorgesleept’, zegt Selma herhaaldelijk. In het onmenselijke regime van Sobibor was geen gevangene zijn of haar leven zeker. De kampbewakers hadden volmacht om iedereen te mishandelen, te martelen en te doden. Zonder enige reden, en zonder enige controle. Wie ziek was, werd direct gedood. Toen Selma typhus kreeg was ze ten dode opgeschreven, maar Chaim en enkele vriendinnen hielden haar zo goed mogelijk verborgen voor de bewakers.

Chaim Engel was betrokken bij de groep Russische en Poolse joden die uit wanhoop een opstand ontketenden, op 14 oktober 1943. Ze lokten verschillende SS’ers naar rustige plekken in de barakken en sloegen ze dood met bijlen of staken ze neer met messen. Aan het eind van de middag, toen het donker begon te worden, vluchtten de gevangenen de poort uit. De overgebleven SS’ers openden het vuur, en bovendien stapten veel gevangenen op een mijn. Daardoor zijn slechts enkele tientallen joodse gevangenen uit Sobibor ontvlucht; van hen hebben er 47 de oorlog overleefd, onder wie Chaim Engel en Selma Wijnberg.

Overleven in Polen

In het van antisemitisme vergeven Polen van 1943 moesten zij zien te overleven. Chaim had in het kamp, met gevaar voor eigen leven, goud en diamanten uit kleding van vermoorde joden kunnen achterhouden. Daarmee kon hij een onderduikplek betalen, een zolder boven een paardenstal, waar Chaim en Selma in negen maanden niet vanaf mochten komen. Ze zaten daar in een paradoxale situatie: de situatie was oneindig slecht, met weinig eten, ondraaglijke jeuk door schurft, overal ratten en muizen - en tegelijk waren ze verliefd op elkaar geworden. Selma, die aan de situatie ten onder dreigde te gaan, besloot haar gedachten op te schrijven. Die papiertjes heeft ze altijd bewaard en kort geleden aan het Washington Memorial Museum geschonken. 

In juni 1944 werden de nazi’s uit het oosten van Polen verjaagd door de Russen. Er brak voor het jonge paar - ze zijn toen getrouwd en Selma verwachtte een baby - opnieuw een moeilijke tijd aan. Geen opvang, geen inkomsten, en overal gevaar. Pas in mei 1945 ontstond de mogelijkheid naar de Zwarte Zee door te reizen en vandaar, per boot, terug naar Nederland te gaan. Onderweg sloeg het noodlot opnieuw toe: hun toen tien maanden oude zoontje Emiel overleed aan boord van het schip.

Van Zwolle naar Amerika

In juni 1945 waren Chaim en Selma terug in Zwolle, in het hotel aan de Veemarkt. Ze voelden zich allesbehalve welkom, zeker toen er problemen ontstonden rond de verblijfsvergunning van Chaim. Diep teleurgesteld verlieten ze Nederland. Ze gingen hun geluk beproeven in Israël. Maar ook daar konden ze niet aarden - Chaim wilde er weg. Ze emigreerden naar de Verenigde Staten, waar ze hun twee kinderen  hebben grootgebracht en samen een nieuw leven hebben opgebouwd - het enige paar dat de hel van Sobibor heeft overleefd.

In 2003 overleed Chaim Engel. Selma lijdt onder de eenzaamheid, maar haar levenswil is ongebroken. Het onderhoud van de uitgestrekte tuin rond haar huis doet ze nog altijd zelf. ‘Oma’, zegt haar kleindochter Tagan, ‘Oma is een character.’

*Dit artikel is eerder gepubliceerd in MijnStadMijnDorp Historisch Tijdschrift Overijssel april-mei 2010

Reacties