Verhaal

Rento Wolter Hendrik Hofstede Crull: Een leven vol spanning

Auteur: 
Wim Coster

Rento Wolter Hendrik Hofstede Crull werd in 1863 geboren als zoon van een huisarts in Meppel. Nog geen half jaar na de geboorte van Rento overleed vader Crull en verhuisde de moeder met haar twee zoons naar haar geboorteplaats Groningen.

Gemakkelijk had ze het niet met de opvoeding van haar jongste. Rento was een driftig baasje – als hij zijn zin niet kreeg, klom hij op het dak – en hij wilde niet leren. Hij verliet de HBS zonder diploma en kwam omstreeks 1884 na enige omzwervingen terecht in Borne, in de machinefabriek van Ledeboer. Waarschijnlijk maakte hij daar kennis met de elektrotechniek en dat zou zijn leven bepalen. Hij trok naar Duitsland en naar Amerika om daar meer van het vak te leren en deed er veel ervaring op met de mogelijkheden van elektriciteit, had ondertussen zijn hobby’s – zo deed hij mee aan wedstrijden op de vélocipède – én de brandende ambitie om voor zichzelf te beginnen. Ideeën had hij genoeg.

In 1894 trouwde hij, na een verlovingstijd van acht jaar, met ‘de knappe, zeer beschaafde en intelligente’ Aleida Johanna Hendrika Dikkers, afkomstig uit een aanzienlijke en bemiddelde Twentse familie. Tussen 1894 en 1898 woonde hij in Borne, de geboorteplaats van zijn vrouw, waar hij in 1895 de eerste elektriciteitscentrale van Overijssel stichtte. Ook in onder andere Hengelo, zijn volgende woonplaats, in Enschede en Lonneker en elders in den lande richtte hij bedrijven op die zich bezighielden met de opwekking of distributie van elektriciteit.

Toen hij eenmaal ondernemer was – en in het bezit van een uitgebreide collectie auto’s, met fietsen was hij gestopt – had hij evenmin veel tijd voor vrouw en kinderen. Wel kreeg het echtpaar vier dochters, maar dat waren voor hem, zoals één van hen het later formuleerde, ‘even zovele teleurstellingen’. Hofstede Crull had namelijk dolgraag een zoon willen hebben, en daarmee een opvolger. Ook om de dubbele naam, die hij pas op zijn vijftiende dankzij inspanningen van zijn moeder had verkregen, te laten voortleven. Te meer daar ook zijn beide broers geen zonen hadden.

In 1908 stond hij, samen met de werktuigbouwkundig ingenieur Willem Willink, aan de basis van de NV Hengelosche Electrische En Mechanische Apparatenfabriek (HEEMAF). Ruim tien jaar later nam hij, na een conflict met de commissarissen, al weer afscheid van het bedrijf dat hij binnen korte tijd groot had gemaakt en dat omgekeerd ook hém had groot gemaakt. Maar Hofstede Crull was niet alleen energiek, hij was ook koppig, opvliegend en ongeduldig en joeg menigeen tegen zich in het harnas.

HEEMAF ging door, produceerde van alles op het gebied van elektriciteit – van schakelaars tot stofzuigers, telefoons en treinen – en werd een ijzersterk merk. Hofstede Crull vertrok naar de Achterhoek, stichtte daarna nog enkele bedrijven, trouwde na het overlijden van zijn vrouw voor de tweede keer en overleed in 1938.

Begin 2009 verscheen over Hofstede Crull het boek Een bijzonder energiek ondernemer. ‘Buiten kijf staan zijn grote kwaliteiten als organisator op industrieel gebied én als één der voornaamste pioniers op het gebied van de openbare elektriciteitsvoorziening in Nederland’, aldus auteur Jaap Tuik. In de inleiding op hetzelfde boek pleit de Eindhovense hoogleraar techniekgeschiedenis Harry Lintsen voor een uitgebreide biografie van Hofstede Crull en dus voor verder onderzoek. ‘Om te beginnen naar de bredere context van het verhaal, maar ook naar de wijze waarop Hofstede Crull zijn ondernemingen financierde, naar de vraag hoe hij hoe omging met zijn personeel, hoe hij zijn netwerk aan relaties opbouwde, welke bijdragen hij, samen met de mensen om hem heen, heeft geleverd aan de ontwikkeling van de techniek.’ De bronnen voor het antwoord op dergelijke vragen zijn beschikbaar, zij het dat ze niet altijd even toegankelijk zijn. Voor een biograaf niet minder belangrijk of prikkelend is het intrigerende karakter van Hofstede Crull. Kortom: reden genoeg voor nog een boek, bijvoorbeeld in de vorm van een promotieonderzoek.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in MijnStadMijnDorp Tijdschrift, nr. 6 – 2010.

 

Reacties